26 november 2007

Markt in Madang

Een drukte van belang. Overal zitten marktlui met hun waren. Sommigen hebben slechts een klein kleedje en verkopen maar een artikel. Anderen hebben een uitgebreid assortiment. Wortels, pinda’s, courgettes, aubergines, uien, aardappelen, bananen, knoflook, gember, galanga, allerlei groene bladgroenten, en heel veel groente en fruit die ik niet ken…

Vooral de highlanders verkopen lekkere groenten. Alleen hebben de locals die gisteren net van de markt getrapt. Ze hadden de beste plaatsen op de verhoging onder het overkappinkje. Ze betaalden dan ook het meest. De andere marktlui nemen hun plaats niet in, dat is te duur! Waarschijnlijk nemen de highlanders dan ook snel weer hun plaats in.

Struinen over de markt is een goed tijdverdrijf. Ik koop een bilum, een traditioneel geweefde kleurrijke tas, en slippers. Als ik nu nog buai (betelnoot met lime: soort van softdrugs) zou kauwen en uitspugen ben ik goed op weg met integreren.

Mijn eerste buai kauwsel. Volgens de locals geen slecht resultaat...

Als we van de markt weglopen is er rumoer. Het geluid zwelt aan. Een grote groep mannen zwerft als een groepje kleine voetballertjes over straat. Niemand lijkt zich er echt om te bekommeren. Het schijnt de normale gang van zaken te zijn op vrijdag en zaterdag. Vrijdag is payday. Het geld van veel jonge mannen wordt direct aan de alcohol besteed.

Wat dat betreft verschilt PNG niet zo veel van Nederland...

Self service

“You want to make a phone call to book a hotel?”, vraagt ze met een brede glimlach. Ik kijk haar enigszins vragend aan. “Maybe you have better luck!”, voegt ze er snel aan toe. De olijke dame van Air Niugini, Papua’s nationale luchtvaartmaatschappij, overhandigt me vanachter de balie de telefoon. Na veertig uur non stop reizen zijn mijn hersenen overgestapt op een droomstand. Ik knik, glimlach en pak de telefoonlijst met hotels aan.

Een half uur geleden ben ik geland op Jackson Airport, de luchthaven van Port Moresby. Van Port Moresby zou ik doorvliegen naar Madang. In dit stadje aan de noordkust is het kantoor van VSO gevestigd. De eindstreep was in zicht. Nadat ik m’n bagage heb opgehaald (in Brisbane raadden ze me aan zelf de transfer van m’n bagage te regelen, ‘just to be sure’), hoor ik bij de check-in balie dat de vlucht geannuleerd is. Er is te weinig personeel.

“We are fully booked up”, is het standaardrecept. Ook wij kunnen geen hotel vinden. Inmiddels is ons groepje aangedikt. Allison, 29 jaar, blond haar, verloskundige uit Sydney, gaat twee weken duiken met haar vriend ten westen van Madang. Bryan, Iers type, breedgeschouderd, komt uit Perth en is technisch adviseur bij een mijnbouwproject in de highlands. Hij vliegt een dag of vier om onderzoek te doen naar een nieuw mijnproject.

Na lang zoekwerk, waarbij de Air Niugini dame inmiddels een tweede telefoon heeft ingeplugd, vinden we in gebroederlijke samenwerking een simpel hotel. We hebben geluk. Wij zijn de enigen die in de internationale aankomsthal wachten. De gestrande reizigers in de vertrekhal voor binnenlandse vluchten, moeten zichzelf zien te redden.

Het hotel ligt niet ver van het vliegveld. Overal lopen mensen. De auto stuitert over de weg vol gaten. Langs de weg verkopen mensen betelnoten, de nationale softdrugs van PNG. Mijn badkamer wordt bewoond door kakkerlakken. Met het licht aan verdwijnen ze langzaam in de voegen naast de douchebak. Op bed val ik ondanks alle nieuwe indrukken bijna gelijk in slaap. Blij dat ik eindelijk gestrekt kan. Te moe om me zorgen te maken over een paar insecten.

Televisie held

Channel 7 maakt TV opnamen voor de Australische variant van Schiphol TV. Ze volgen de stoere douaniers die op jacht zijn naar alles wat de fragiele ecosystemen van Australiƫ uit balans kan brengen. Hout, eten en drinken vormen slechts een fractie van de lijst met spullen die je Australiƫ beslist niet mag invoeren. Bang als ze zijn voor een nieuwe konijnenplaag.

Ik stort neer tegen een pilaar. Met uitzicht op de bagage afhaalband. Al dertig van de veertig uur reizen heb ik achter de rug. Een lief hondje snuffelt aan mijn bagage. Ik mag hem aaien.

Van boven hoor ik ineens een barse stem: “Have you got food in your bag?”. Vertwijfeld (had ik nou echt alles opgegeten? Is kauwgum ook eten?) knik ik nee. Niet overtuigd van mijn nee, snellen drie mannen toe. Voor ik het weet zijn ze mijn tas aan het leeghalen. Ik stamel dat ik ‘dry Dutch crackers’ (nee, liga’s kennen ze niet...) heb gegeten en dat er misschien wat kruimels zijn achtergebleven.

Als mijn tas leeg is, zijn ze eindelijk tevreden. Naar mijn gevoel net iets te teleurgesteld druipen ze af. M’n viervoetige maatje is al nergens meer te bekennen. Hij weet donders goed dat ‘ie me verlinkt heeft, denk ik bij mezelf.

Het zij hem vergeven, ik kom mooi op Channel 7!