18 januari 2012
12 januari 2012
Help, een Kameroenees ziekenhuis!
Ik heb al een
week een ontstoken oor en ben hartstikke doof. ’s Nachts loopt het vocht uit
m’n oor. Ik begin me zorgen te maken, maar zie een ziekenhuisbezoek in Kameroen
niet echt zitten. Al Banda, onze trouwe Kameroenese vraagbaak, stelt me gerust:
“There are many well educated doctors in the General Hospital. They know what
they are doing. I will join you.”
Bij de ingang
kopen we een schrift van het ziekenhuis. Nadat ik daarin m’n naam, beroep,
adres en eerdere ziekten (voor zover ik die relevant achtte…) heb vermeld, lopen
we het terrein op. Mijn eerste indruk van het ziekenhuis is goed. De tuinen zijn
netjes aangelegd, het gras is groen en de gebouwen zitten goed in de gele verf.
Her en der staan groepjes verpleegsters. Het wit van hun jassen steekt prachtig
af tegen hun donkere huid.
Al heeft me
eindelijk een spreekkamer in weten te loodsen. Een stevige verpleegster met
teveel baardharen vraagt naar m’n beroep en adres. Het schrift ligt
opengeslagen voor haar. De televisie staat hard aan, een populaire
Zuid-Afrikaanse soap. Ze krabbelt mijn klachten in het schrift en neemt vervolgens
m’n bloeddruk en hartslag op. “Very normal” zegt ze tegen me als ze het
apparaat afleest. “Now you pay first”, en ze wijst naar een gebouw verderop.
Als ik bij het
loket 600 francs (1euro) heb betaald, begint het wachten. Op de deuren in de
gang staan de namen van de dokters. We zitten in ieder geval goed. Tegenover
ons ligt een vrouw uitgeteld op de houten banken. Malaria, gokken we. Een
uurtje later is er plotseling activiteit. Eén van de dokters is gearriveerd.
Een verpleegster pakt alle ingenomen schriften en leest de namen voor. Mijn onbegrijpelijke
achternaam kort ze af tot “Van”. Ik ben als 10e aan de beurt.
Hoewel dokter Effoe
Joffi regelmatig wordt onderbroken als iemand ongevraagd binnenvalt, ligt het
tempo hoog. Na een half uurtje ben ik aan de beurt. De behandelkamer is schoon
en ruikt opvallend fris. Rustig vraagt dokter Joffi naar mijn klachten. Ik
schat haar begin dertig. Ze kijkt in mijn oor, stelt de diagnose en schrijft
een recept uit. Het valt mee, mijn oor is geïrriteerd maar het lijkt niets
ernstig. Opgelucht bedank ik haar. Al had gelijk; they know what they are
doing.
4 januari 2012
Schudden met die billen
Het is
oudjaarsavond, een uur of tien. Mieke, Al, een Kameroenese vriend, en ik zijn
op weg naar een buurtfeest. We zijn uitgenodigd door Jaba, één van de
belangrijkste projectpartners van LiveBuild. Een vrolijke kerel van 35 jaar met
pretoogjes. “I am the president of the youth, I was chosen by the people. It’s
a plus we work together. It’s necessary” Met zijn organisatie werkt hij hard in
tal van gemeenschapsprojecten in de dorpen rond Buea.
Als we aankomen
bij het feest hebben Jaba’s buurtgenoten zich verzameld op de stoep. Binnen in
de lokale bar niets dan kratten bier en een tafel met een schrift voor de
boekhouding van de uitbater. Buiten op de stoep staan gammele tafels vol met
bier en kapotte stoelen. Op straat staat een barbecue. De buurt heeft een
varken gekocht. Het is vandaag geslacht. Achter me zie ik dat het kadaver in
twee stukken op de barbecue wordt gegooid. Al ronddraaiend en in het vlees
hakkend kwijt een buurtgenoot zich kundig van zijn gewichtige taak.
“You sit here”
zegt onze beschonken overbuurman, terwijl hij naast zich handig een stoel met
drie poten tegen de muur zet en een plaatsje opschuift. Enigszins onwennig
proosten we met Jaba. Het valt ons op dat er weinig vrouwen zijn. De circa dertig
aanwezige mannen zingen christelijke liederen. Daarna houdt de lokale leider onder
gejuich een korte speech. Maar wanneer is het nou 12 uur? Geen klok die aftelt
of een massaal vuurwerk dat het nieuwe jaar inluidt. Totdat één man besluit te
gaan aftellen. Met de buurt tellen we van 10 naar 1: “happy, happy!”
Even later haalt
Jaba een deel van het varken. Hij komt smikkelend terug. Ik kan de inhoud van
het bord niet goed zien. Op goed geluk vis ik er een stuk vlees uit zonder al
te veel rariteiten. Het smaakt geweldig. Het bord is in een mum van tijd leeg.
Ik verontschuldig me bij Jaba voor onze eetlust. Met een grijns van oor tot oor
zegt hij: “don’t worry, I paid for three shares”.
We besluiten naar
de nachtclub van Buea te gaan. Voor veel geld kun je in de ‘Jupiter’ tot in de
late uurtjes swingen. Binnen staat een man of twintig intiem te dansen. Het
lijkt een groot opzwepend paringsritueel, waarin de partners continu wisselen. De
vrouwen zoeken een man op en duwen hun billen tegen zijn kruis. De man op zijn
beurt pakt geoorloofd zijn danspartner van dat moment stevig beet. De ruimte
staat vol met spiegels, waarin iedereen zichzelf al dansend bekijkt.
Enigszins
onwennig staan we met ons biertje aan de rand van de dansvloer. Alex, een dikke
Kameroenees, komt naar me toe en zegt: “You wanna dance? Wait.” En ja hoor, even
later begint een Kameroenese tegen me aan te dansen. Een vreemde gewaarwording.
Een paar uur later dansen we vrolijk mee. Integreren moeten we per slot van
rekening ook op de dansvloer.
Abonneren op:
Posts (Atom)